Nu aan het lezen
Modelogica #14: vijf keer de moeite waard

Modelogica #14: vijf keer de moeite waard

Door: Bregje Lampe | Nieuwsbrief verstuurd op donderdag 22 april 2021

1. Tegen de oppervlakkigheid
Een digitaal magazine maken zonder tekst en je Instagramaccount wissen? Je moet maar durven. Bottega Veneta deed het, met Issue. Het resultaat is indrukwekkend. Kan ook niet anders: het gaat hier om een van de meest gewilde modemerken van nu (een van de weinige merken die tijdens de corona een lichte omzetstijging boekte), en om flinke budgetten. Muziek, fotografie en film wisselen elkaar af; er worden ballonnen geknoopt, er wordt gedanst op rolschaatsen en gerend over daken. Missy Elliott is present en op een gedekte tafel staat een wiebelige, gele jellycake in de vorm van de populairste schoen uit de collectie. In een interview met The Guardian hekelt creative director Daniel Lee de oppervlakkigheid van sociale media. Zijn werk is te complex voor Instagram, vindt de 35-jarige Lee.

De ontwerper wil dat mensen de tijd voor nemen om zijn werk te begrijpen, dat lukt niet als zijn ideeën voorbijflitsen in een eindeloze feed. Daarom brengt Bottega nu vier keer per jaar een digitaal magazine uit. Dat initiatief – het moet raar lopen, wil dit níet gekopieerd worden – is onderdeel van een bredere ontwikkeling, waarin modemerken steeds meer op mediabedrijven beginnen te lijken. Ze maken hun eigen content in plaats van te wachten op een plekje in een ander magazine. En waarom niet? Helemaal nieuw is dit niet. Het Zweedse Acne publiceerde al in 2005 een eigen blaadje: Acne Paper. De eerste nummers van dat magazine staan intussen voor honderden euro’s op ebayHoe wordt over zestien jaar naar Issue gekeken?

2. Samen spelen
Wat Bottega met Issue doet, is wat goede mode kan doen: op een verrassende manier de tijdgeest verbeelden. Emotie oproepen. Maar wat mode óók kan doen, en waar steeds meer aandacht voor is: mensen buitensluiten. Eugene Rabken, die na tien jaar beurskoersen koos voor een onzeker bestaan als freelance modejournalist, schreef voor Highsnobiety over het elitaire en snobistische karakter van de modewereld. “It is not just the shiny facade of glamour that fills the ranks of the industry with rich bubbleheads who equate their love of shopping to a love of fashion, it’s the fact that the industry is designed to facilitate them and keep the poor out.”Aldus Rabken.

Maar het kan ook anders. Samen. In een essay voor het Belgische magazine Samenleving & Politiek bekritiseren, Aurélie van der Peer, Hanka van der Voet en Daniëlle Bruggeman – allen verbonden aan het lectoraat Mode van ArtEZ – het mens- en wereldbeeld waarop de modeindustrie is gebouwd. Ze veroordelen de afstand tussen consument en producent, die is ontstaan onder druk van het industriële kapitalisme. En ze pleiten voor een meer gezamenlijke benadering van mode.

Daarbij geven ze een aantal voorbeelden, waaronder het werk van Anouk Beckers van JOIN Collective Clothes en ‘De Naaikrans’ van de Feministische Handwerkpartij, een initiatief van Margreet Sweerts en Emmeline de Mooij. Sweerts was eerder met Saskia van Drimmelen betrokken bij Golden Joinery, dat al in 2013 begon met workshops voor het gezamenlijk repareren van kleding en daarvoor ook een origineel spel ontwikkelde. Volgende week woensdag, 28 april, vindt een digitale Naaikrans plaats; kaarten zijn hier te koop.

3. Zo kan het ook
De voorbeelden die Van der Peer, Van der Voet en Bruggeman beschrijven, opereren nu nog in de marge. Hoe wordt híer over zestien jaar naar gekeken? Is de mode tegen die tijd werkelijk een speelveld met gelijke kansen en rechten voor iedereen? Staan in 2037 niet langer de belangen van de aandeelhouders maar die van de planeet op de eerste plaats? Ik ben all for het herdefiniëren van de bestaande modelogica en een humaner systeem. En het kán ook, volgens Femke Groothuis van Ex’tax, die onderzoek doet naar belastingverschuiving.

Emy Demkes sprak haar voor de CorrespondentAls bedrijven veel meer gaan betalen voor grondstoffen, afvalproductie, watergebruik en CO2 uitstoot en minder voor arbeid, zou de wereld er volgens Groothuis een stuk beter uitzien. Volgens Groothuis is een mondiale belastinghervorming hard nodig omdat het huidige systeem dateert van vóór de globalisering en de digitalisering en van vóór de massaconsumptie; voor de bedenkers van dit systeem was klimaatverandering een voetnoot, geen hoofdzaak.

Groothuis legt aan Demkes uit dat economische groei en het indammen van milieuvervuiling best hand-in-hand kunnen gaan. “Het bbp is opgebouwd uit wat wordt verdiend aan spullen en wat wordt verdiend met werk. Als je dat laatste vergroot, betekent dit dat meer mensen meer geld in hun zak krijgen, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat de economie ook vervuilender wordt. Als wij meer diensten inkopen in plaats van nieuwe spullen, kan dat bbp van een heel ander hout gesneden zijn. Ik denk dat we het veel meer zouden moeten hebben over het soort groei en wat de rol van mensen hierin is.” Aldus de onderzoeker in de Correspondent. Mooi idee toch?

4. Maar wat doet China?
In hoeverre zit een land als China, dat een belangrijke rol speelt als producent én als consument, te wachten op een dergelijke belastinghervorming? Op dit moment worden merken die zich uitspreken tegen Oeigoerse dwangarbeid gewoon keihard geboycot. Dit is een heldere uitleg van Vanessa Friedman en Elizabeth Paton van The New York Times over de Oeigoeren in China. Vooral het feit dat bedrijven als VF Corp, Inditex en Zara onlangs stilletjes hun beleid tegen dwangarbeid van hun websites hebben gehaald, is tekenend voor de machtspositie van China. Modemerken profiteren graag van de groeiende Chinese markt… maar tegen welke prijs?

Volgens Casey Hall, die een artikel schreef voor BoF, produceert China op dit moment meer dan twintig miljoen ton aan mode-gerelateerde afvalproducten. Van tweedehands kleding moet de Chinese consument nog weinig hebben. Daarnaast kampt het land met een wet uit 2009 die recycling in de weg staat omdat het volgens die wet illegaal is om in het binnenland artikelen te verkopen die zijn gemaakt van gerecyclede vezels die direct de huid raken.

Dus ook in China worden problemen vooruitgeschoven en wordt de hoop gevestigd op een nieuwe generatie. “Als deze generatie net zo blijft consumeren als hun westerse tegenhangers, is er niet genoeg staal, cement of kleding in de wereld om al hun verlangens te bevredigen,” aldus Edwin Keh, CEO van het Hong Kong Research Institute of Textiles and Apparel in BoF

5. Make-belief
Hoe dan ook: een ander belastingstelsel is constructiever dan zogenaamd ethisch consumeren. Dat de manier van kopen die de afgelopen tien jaar als oplossing werd gepresenteerd een kwestie van make-belief is, begint steeds breder door te dringen. Elizabeth Cline schreef een tijdje terug een treffend artikel voor Atmos over het feit dat ze niet meer gelooft in Ethical Consumption; ze bestelt haar pyjama’s nu weer bij GAP in plaats van dat ze drie keer zoveel betaalt voor een pyjama waarvan ze niet eens zeker weet hoe verantwoord die is.

De redactiechef van de krant waar ik in 2005 als stagiaire begon, zei altijd het volgende: even uitzoomen, wie is aan het woorden en wat is zijn of haar belang? Ofwel: kijk even naar de logica achter de looks. Zolang meer winst het voornaamste achterliggende belang is, maken zelfs honderdduizend zogenaamd ethisch geproduceerde pyjama’s geen betere wereld.

Over hoe diep het kapitalisme, en daarmee ook het kolonialisme, verankerd zitten in de mode ging ik tijdens Fashion Revolution Week, in gesprek. Ik praatte met  Leroy Niemel (Canvas Black creative consultancy), Zinzi de Brouwer (Studio Palha & AMFI), Jeanne de Kroon (Zazi Vintage) en Xavier Aubri (freelance fashion editor) over hun ervaringen en ideeën. Terugkijken? Dat kan hier, met dank aan Pakhuis De Zwijger.

Voorbereidend lezen? Mode activist en fotojournalist Adita Mayer schreef voor State of Fashion eerder over de historische context achter het huidige modesysteem. Net als Sandra Niesen, die in Fashion Theory pleit voor het opheffen van ‘fashion sacrifice zones’ – ik kom hierop terug in een volgende nieuwsbrief.

Liever kijken? In het Centraal Museum in Utrecht is vanaf 1 mei een expositie te zien over de invloed van zwarte ontwerpers op de modegeschiedenis. “Black poeple zijn de Curators of Cool, hoor je vaak. Maar dat wordt lang niet altijd erkend. Dat heeft alles te maken met macht en historie,” aldus mode-activist Janice Deul, een van de conservatoren van deze expositie. Oja, teken gelijk even deze petitie.

Bekijk reacties (0)

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© Modelogica 2020

Scroll naar boven