Nu aan het lezen
Welkom bij Modelogica

Welkom bij Modelogica

In deze nieuwsbrief deel ik mijn kijk op de modewereld. Modelogica gaat over het waarom van mode, over de logica achter de looks

Door: Bregje Lampe | Verstuurd aan nieuwe abonnees, direct na inschrijving voor de nieuwsbrief


Mode is voor mij jarenlang een manier geweest om grip te krijgen op de wereld. Dat begon met grip krijgen op mezelf: toen ik jong was bleek mode een fijn instrument om mijn onzekerheid te maskeren en een eigen plek in te nemen. Ik voel me nog steeds beter in iets moois. Ik kan intens genieten van een goede pasvorm, een bijzondere stof, de manier waarop een naad is gestikt.

Langzaamaan is kijken naar mode óók een manier geworden om grip te krijgen op de wereld. Mode is immers economie en kunst tegelijk en mode vertelt iets over de tijdgeest. Sterker nog, mode bestaat bij de gratie van de tijd. Mode is nu. Grote maatschappelijke thema’s zijn altijd terug te zien in wat we dragen en hoe we consumeren; in de mode dus. 

Ik heb vijftien jaar over mode geschreven voor dagbladen. Ik begon in 2005 als stagiair bij Het Parool; daar heb ik een journalistieke blik ontwikkeld. Aandachtig observeren, meerdere kanten van hetzelfde verhaal laten zien, onafhankelijk blijven, met alle betrokkenen in gesprek gaan, altijd verschil maken tussen feiten en meningen, moreel besef, kritisch denken. Ik heb het allemaal daar geleerd.

Werken bij een krant voelde als thuiskomen. De gesprekken, de sfeer, de aandacht voor de inhoud. En iedere dag weer die trots als de krant van de drukker kwam. Tijdens mijn opleiding Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid – ik geef al jaren les aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) – werd gevraagd naar mijn rolmodel als docent. Ik moest denken aan mevrouw Wolters, docent Nederlands. Het lezen en samenvatten van al die boeken voor mijn lijst en dáár dan een gesprek over voeren.

Een gesprek dat me aan het denken zette; mevrouw Wolters merkte op dat ik buiten de verplichte mannen zoals Couperus alleen maar vrouwelijke schrijvers had gelezen – we spreken 1997, voordat de hashtag #girlpower trending was. Ze vroeg me naar thematiek, motieven en eventuele verbanden tussen de boeken. Inspirerend, vond ik. Op de redactie van de krant werd hele dagen zo gepraat. Over van alles.

Mijn eerste artikel ging over een schildpad. Ik werd naar Artis gestuurd om verslag te doen van de Aldabra reuzenschildpad, die 250 kilo woog. Vijfentwintig was ik, ik had gegoogled wat zo’n schildpad nou bijzonder maakte. Daar wist ik niets van; ik had een MA Fashion Journalism afgerond aan London College of Fashion. Cum laude, maar de praktijk was nieuw voor me. 

Ik stapte op de fiets van de redactie op de Czaar Peterstraat naar de Amsterdamse dierentuin; beetje om me heen kijken, een paar gesprekken voeren, met bezoekers en de oppasser, toen terug om verslag te doen aan Albert de Lange, chef stadsredactie. Stond ik dan, met m’n verhaal. ‘Klinkt goed,’ zei de chef; type old skool journalist met een diepe liefde voor taal, bier, jenever en een goed verhaal. ‘Ga maar tikken.’ Ik vroeg hoe lang het artikel moest zijn. ‘Gewoon. Zo lang als leuk is,’ zei De Lange. De volgende dag stond het in de krant.

Sindsdien ben ik blijven schrijven. Schrijven is een manier geworden om mijn gedachten te ordenen. Helder schrijven is immers een vorm van helder denken. 

Na acht jaar Het Parool – ik was uitgegroeid tot chef mode met een eigen bijlage en schoof het laatste jaar aan bij economie omdat ik meer wilde weten over de business of fashion – ben ik overgestapt naar de Volkskrant. Ik wilde verder kijken dan de ring van Amsterdam. Parijs, Milaan, Londen; tienhoog achter, maar middenin de internationale mode jetset. Ik zei mijn vaste contract bij Het Parool op. Philippe Remarque, destijds hoofdredacteur van de Volkskrant wilde mij niet in dienst nemen, ik ging akkoord met een freelance aanstelling.

Remarque vond dat gespecialiseerde portefeuilles, zoals mode, prima op freelance basis ingevuld konden worden – leunen op zzp’ers is lekker voordelig voor DPG Media. Ik dacht toen nog dat ik best ‘s avonds in een café achter de bar kon gaan staan als het schrijfwerk niet genoeg opleverde. Na de geboorte van mijn eerste kind, in 2016, heb ik het gebrek aan fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden (een voorwaarde voor onafhankelijke journalistiek) weleens aangekaart. Maar toen had ik niet meer zo’n sterke onderhandelingspositie.

Enfin, ik heb acht jaar voor de Volkskrant gewerkt. Daar heb ik mijn journalistieke blik verfijnd. Meer tijd, meer ruimte, meer mogelijkheden. ‘Easy reading is damn hard writing,’ werd ter redactie gezegd – vrij naar de Amerikaanse schrijver Nathaniel Hawthorne. Kwestie van zorgen dat je een onderwerp helemaal begrijpt en dat zo loepzuiver opschrijven dat ook de buitenstaander snapt hoe het zit. Inzoomen, uitzoomen, verbanden leggen, scherp analyseren en zo de achterliggende problematiek beschrijven; Sheila Sitalsing is nog altijd mijn favoriete columnist. 

Sinds 2005 maak ik me hard voor een journalistieke benadering van mode. Want zo’n miljardenbusiness verdient toch meer dan do’s & don’ts? Toen ik nog bij Het Parool werkte, wilde ik altijd dat mijn stukken óók gelezen zouden worden door de lezers die artikelen over mode normaliter overslaan; mijn broertje, de jongens van de sport (ik was ooit verliefd op een collega) en wijlen Albert de Lange, de chef stadsredactie die me in 2005 naar Artis stuurde.

Ik had vrij snel door dat ik daarvoor niet aan hoefde te komen met artikelen over de comeback van het ruitje; ik moest vérder kijken. In 2006 leverde die aanpak een nominatie op voor ‘Het Gouden Pennetje’, een prestigieuze journalistieke prijs. Ik won niet, maar het was wél de eerste keer dat een modejournalist überhaupt meedeed. Die nominatie heeft me altijd gesterkt om niet over de looks maar juist over de logica daarachter te schrijven.

Verschuivingen in de maatschappij zie je altijd terug in de mode. Deze nieuwsbrief is een vrijplaats om over dat soort verschuivingen na te denken, het is mijn eigen digitale speeltuin – een radicaal onafhankelijk vervolg op vijftien jaar modejournalistiek voor kranten. Met Modelogica wil ik ruimte geven aan de veelkantigheid van mode, aan dialoog en onderzoek, aan twijfel, aan optimisme en aan een gezonde dosis scepsis.

De hypotheek en de kinderopvang betaal ik intussen van een vaste baan in het onderwijs, bij AMFI. Laten we zeggen dat in een tijd dat media strijden om de massa en hengelen naar advertenties van modemerken, elders meer ruimte is voor verdieping, experiment en een kritische blik.

Modelogica verschijnt maandelijks, altijd op de eerste donderdagochtend van de maand. En Modelogica was er niet geweest zonder de grafische skills van Frédérique Schimmelpenninck Van der Oije, de digitale knowhow van Marloes Wardenier en de scherpe eindredactie van Joosje Noordhoek.

Zet m’n mailadres in je contacten en tip je vrienden als zij ook behoefte hebben aan modelogica.  

Bekijk reacties (0)

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© Modelogica 2020

Scroll naar boven